Herken je van die dagen dat je aan het werk bent, en om drie uur ’s middags je je eigenlijk afvraagt wat er voor zinvols uit je handen is gekomen?


Ja, je  hebt je mail gecheckt, en nogmaals gecheckt, en een heleboel op internet gesurft. En je werd gebeld door iemand die even gezellig bij wilde kletsen. Halverwege de middag ben je eigenlijk al uitgeput terwijl je voor je gevoel nog geen klap hebt uitgevoerd.

Een paar weken geleden kreeg ik van een achternaamgenoot het boekje ‘Een volle agenda, maar nooit druk – Benedictijns tijdmanagement’, geschreven door Denise Hulst. Het boek is geïnspireerd door een ander mooi boek over wat het benedictijns kloosterleven ons te zeggen heeft over hoe te overleven in de hectiek van de moderne tijd, namelijk ‘Een levensregel voor beginners’ van Wil Derkse.

Toen ik een jaar of twintig was, kwam ik voor het eerst in een toevallig ook benedictijns klooster, Het Sint Liobaklooster in Egmond. Dit maakte een verpletterende indruk op mij. Het was midden in de winter, en ’s ochtends vroeg, eigenlijk in het holst van de nacht, klonk de klok voor de metten, het ochtendgebed. Braaf schoof ik destijds mijn bedje uit, en liep door de sneeuw naar de kapel om met mijn slaperige kop mee te doen met het gezang van de zusters. Een weekend lang volgde ik het ritme van het klooster, en ik ervoer dat als een weldaad. Al toen schoot er door me heen: wat zou ik toch meer toekomen aan de dingen die voor mij wezenlijk zijn, als ik zo’n ritme zou hebben.

Het lukte me absoluut niet om dit ritme te verplanten naar mijn drukke studentenleven. Maar dat verlangen naar een soort natuurlijke orde in mijn dagritme is altijd gebleven, een verlangen naar een evenwichtige afwisseling tussen activiteit en rust, tussen doen en zijn, en tussen inademing en uitademing.

Hoewel ik in de loop van de jaren al een flink aantal stappen heb gezet in de richting van een ‘dagorde’ waarin niet alleen maar tijd is ingeruimd voor hard werken, maar ook voor rust, meditatie en lichaamsbeweging, vond ik het boekje van Denise Hulst toch weer heel inspirerend.

Zij noemt een aantal dingen die ik jullie niet wil onthouden.

Bijvoorbeeld de kunst van de vaste dagindeling. Ik zette al heel lang ‘wekkertjes’, om ik niet te lang achter elkaar door te werken, en op tijd pauze te nemen. Maar momenteel experimenteer ik geïnspireerd door het boekje van Denise Hulst met een vast beginpunt van de werkdag. Niet eerder beginnen dus dan dat tijdstip dat ik het vastgesteld. Dat geeft me dus soms zomaar opeens vijf of tien ‘loze’ minuten, die ik zomaar ‘vrij’ heb.
Vrij! Niks te doen! Een ongelooflijk gevoel van ruimte en overvloed geeft dat, in plaats van het gevoel van tekort, dat er nooit tijd genoeg is om alles af te krijgen. Maar verbazingwekkend lastig, om die vijf minuten vrije tijd ook daadwerkelijk te nemen. De drang om te gaan hollen is erg groot.

Dan is er de kunst van het op tijd beginnen. Ik heb nooit zo’n moeite met beginnen met mijn werkdag, en blijf eigenlijk nooit lanterfanten of de krant lezen voor mijn werkdag. Maar andere vormen van vluchtgedrag zijn me niet vreemd. Als ik een lastige taak voor me heb, kan ik bijvoorbeeld zomaar opeens enorm verdwaald zijn op internet.
De kunst van het op tijd beginnen, betekent je gewoon zetten aan de taak die je op je hebt genomen, hoe je je er ook onder voelt. Sommige dingen vind ik altijd weer spannend. Nou, dat is dan maar zo. Toch maar aan de slag ermee.

Dan is er de kunst van de juiste werkhouding. Hoe vul je je werkdag in, en wat is daarbij je houding? Een van de meest lastige dingen is om werkelijk met aandacht bij de taak te zijn waar je je aan gezet hebt, om niet al met je hoofd met andere dingen bezig te zijn.
De hele tijd bereikbaar zijn maakt het nog moeilijk om niet voortdurend gestoord te worden. Een heel simpele stap die je kunt zetten (en die wat mij betreft een absolute must is), is om je e-mailprogramma op ‘handmatig ophalen’ in te stellen, zodat je mail niet vanzelf om de zoveel minuten opgehaald wordt (en je dus ook niet middenin je taak een signaaltje hoort, dat er nieuwe post is). Niets is storender voor een geconcentreerde aandacht dan bliepjes van e-mailberichten die je aandacht vragen.
Een stap moeilijker (maar ook zeer aan te raden) is de telefoon voor een bepaalde tijd uitzetten, zeker als je met een taak bezig bent die concentratie vraagt. Dit vergt best een omslag – in onze werkcultuur is permanente bereikbaarheid de norm geworden. De telefoon niet opnemen lijkt vloeken in de kerk. Toch komt permanente bereikbaarheid de kwaliteit van je werken niet ten goede, laat staan het eindresultaat.

En ten slotte de kunst van het op tijd ophouden. Aargh, de allermoeilijkste van het stel wat mij betreft. Hoe ik ook wekkertjes zet of berichtjes op mijn scherm laat opfloepen dat mijn werkdag erop zit, ik blijf over de tijd gaan, zodat ik nog even wat verse stress mee kan scheppen richting avondeten of kinderzorg.
Denise Hulst geeft ons de zinnige tip om daadwerkelijk tijd te nemen om te ‘beginnen met stoppen’. Stoppen doe je niet van het ene moment op de andere, het kost een kwartier om te beginnen met stoppen, je taak af te ronden, de spullen die bij de taak horen op te ruimen.
En misschien zelfs even, oh help, even vijf minuten te hebben om uit het raam te staren, te lanterfanten en zomaar zinloos een beetje van het leven te genieten…

Een volle agenda, maar nooit druk – benedictijns tijdmanagement, door Denise Hulst, Uitgeverij Ten Have

 

foto: www.flickr.com, fotograaf Robbert Wallace

Pin It on Pinterest

Share This